fbpx

Les 4: Als het spannend is

Jullie zijn alweer bij les 4! Jullie weten nu wat aandacht is, hoe je in je stille lichaam gaat zitten en jullie kunnen je focussen op geluiden en de stilte. Vandaag leren jullie hoe dat je allemaal kan helpen op spannende momenten. Dat kunnen ook momenten zijn dat je bijvoorbeeld zenuwachtig, verdrietig of boos bent. Dat soort momenten zijn er altijd. Of je nou jong of oud bent, we moeten allemaal soms iets doen wat we eng vinden. Iedereen is weleens bang of gestresst. En we liggen allemaal zo nu en dan in bed te piekeren. Na deze les weten jullie hoe je daarmee om kunt gaan. 

Deze video duurt 1.28 minuten

Audiofragment ‘Als het spannend is’
Dit audiofragment duurt 5.19 minuten

Je hebt nu een stilte-oefening gedaan die je kan helpen op spannende momenten. Het mooie van deze oefening, is dat je ‘m altijd en overal kan doen. Want je hebt alleen jezelf nodig. Hoe fijn is dat?

Doe de oefening de komende dagen nog een paar keer, zodat je nog beter weet wat je kan doen als je iets spannend vindt. Staat er de komende dagen al iets spannends gepland? Wat fijn! Dan kun je gelijk proberen of deze oefening jou helpt. Heel veel succes! 

Extra informatie voor ouders 

Vorige week zag Fleur op televisie dat er grote overstromingen zijn in een land aan de andere kant van de wereld. Sindsdien komt ze ’s avonds maar niet in slaap. Steeds opnieuw borrelen er allerlei vragen in haar op: Hoe moet dat nu met al die mensen die geen huis meer hebben? Hoeveel mensen zijn er eigenlijk doodgegaan? Wie zorgt er voor de kinderen die geen vader en moeder meer hebben?

Fleur piekert zich suf, maar heeft steeds weer meer vragen dan antwoorden. Wat daar nog bijkomt, is dat Fleur zich ontzettend veel zorgen maakt: Kan dat in Nederland ook gebeuren? Zijn de dijken eigenlijk wel hoog genoeg? Wat gebeurt er als er een gat in de dijk komt? Hoe moet dat met onze hond als we moeten vluchten voor het water? Enzovoort, enzovoort.

Best veel zorgen voor een meisje van acht.

Fleur is niet het enige kind dat veel denkt en piekert. Er zijn veel jongens en meisjes bij wie het leven tot zorgen kan leiden. Grote onderwerpen als natuurrampen, ernstige ziektes of de dood kunnen bijvoorbeeld slapeloosheid of angst veroorzaken. Maar ook kleinere uitdagingen, zoals een spreekbeurt of een ruzie met een vriend kunnen kinderen tot wanhoop drijven. 

In deze les leert je kind een oefening die kan helpen als hij zich ergens druk om maakt of iets spannend vindt. Ik deel graag ook nog enkele tips waarmee jij als ouder je kind in zo’n situatie kan helpen: 

1. Praat erover
Als je merkt dat je kind veel piekert, is het belangrijk dat je hem leert om over zijn zorgen te praten. Praten lucht op en doorbreekt de vicieuze cirkel die piekeren is. Probeer als ouder zo min mogelijk te zeggen en zoveel mogelijk te luisteren.

2. Geef ruimte aan alle gevoelens
Het leven bestaat uit twee kanten. Vreugde en verdriet. Vertrouwen en angst. Plezier en teleurstelling. Onaangename gevoelens horen er ook bij. Sterker nog: ze zijn niet te vermijden. Hoe je met emoties omgaat bepaalt hoeveel grip ze op je krijgen. Duw je ze weg? Dan komen ze op een ander – vaak ongelegen – moment altijd terug. Denk maar aan een strandbal die je onder water probeert te houden. Dat lukt vaak best even, maar uiteindelijk schiet ‘ie omhoog. Om dat te voorkomen is het belangrijk om alle soorten gevoelens de nodige aandacht en ruimte te geven. Probeer daarom alle gevoelens van je kind te erkennen en bagatelliseer angsten of zorgen nooit.

3. Laat je kind zelf oplossingen bedenken
Als ouder wil je vaak het liefst de angsten van je kind wegnemen of dingen voor hem oplossen. Hoe lief ook, hier help je hem niet mee. Hij leert meer als je hem stimuleert om zelf manieren te vinden om met een vervelende of spannende situatie om te gaan. Daar komt bij dat door hem te helpen focussen op mogelijke oplossingen in plaats van rampscenario’s, er ruimte ontstaat om door een meer positieve bril naar de situatie te kijken.

4. Ontwikkel veerkracht
Je kunt je kind dus helpen door naar oplossingen te kijken. Maar met alleen maar positief denken kom je er niet. Er zullen namelijk altijd dingen zijn die verkeerd gaan. Anders lopen. Niet lukken. Om daarmee om te gaan, is het belangrijk dat je kind veerkracht ontwikkelt. Daarmee bedoel ik dat hij fouten durft te maken. Dat hij kan accepteren dat het leven soms anders loopt dan hij zou willen. En dat dat natuurlijk vervelend, maar uiteindelijk ook helemaal ok is.

Een manier om je kind hierbij te helpen, is door dit te benoemen en aan de hand van voorbeelden uit je eigen leven te laten zien dat ook bij papa en mama niet altijd alles leuk is en van een leien dakje gaat. Door je eigen mislukkingen en situaties die anders lopen dan gepland met je kind te delen, leert hij dat iedereen hiermee te maken heeft en dat het dus bij het leven hoort.

5. Leg uit dat we niet allemaal denkers zijn 
Kinderen die veel nadenken en vaak piekeren, wegen hun woorden en daden meestal goed af. Ze willen alles graag goed doen en overdenken het liefst eerst de hele situatie, voordat ze tot actie overgaan. Het is logisch dat ze verwachten dat andere kinderen (of volwassenen) net zo in elkaar zitten. Dus als een klasgenootje iets gemeens tegen ze zegt, dan denken ze dat hij daar ook heel goed en lang over heeft nagedacht en bewust voor die actie heeft gekozen.

Om onbegrip en teleurstelling te voorkomen, is het daarom goed om aan je kind uit te leggen dat we niet allemaal ‘denkers’ zijn. Hij kan het zich waarschijnlijk moeilijk voorstellen, maar er zijn ook mensen die dingen ‘zomaar’ zeggen of doen, zonder er eerst goed over na te denken. Die kennis kan het makkelijker maken om met een vervelende gebeurtenis om te gaan.

Ga terug naar les 3                                                                                                  Ga verder naar les 5